Auteur: admin

  • Wat is meditatie.

    Meditatie is een al duizenden jaren beproefde en telkens verbeterde techniek om het bewustzijn om te schakelen. Wie mediteert, verlaat het gebruikelijke niveau van het wakende bewustzijn en begeeft zich in tot dan toe onverkende gebieden van zijn persoonlijkheid.
    Met andere woorden, het bewustzijn wordt tijdens de meditatie tegelijkertijd verbreed, verdiept en verhoogd. Daarom is meditatie niet slechts een andere bewustzijnstoestand, maar ook een ruimere.
    De meditatie beslaat alle gebieden van onze persoonlijkheid, ook die welke we tot dan toe niet kenden of wilden kennen.

    Meditatie schept nooit iets geheel nieuws, iets utopisch. Het gaat ook niet om zuiver geestelijke gymnastiek of om een ontspannings-
    oefening. Meditatie is dat alles – en gaat daar nog ver buiten. Het is geen wonder dat het voor veel mensen moeilijk is de ware betekenis van meditatie te vatten. Intellect, verstand en rationele overwegingen zijn  niet toereikend om meditatie te begrijpen.
    Ze onttrekt zich aan alle theologische Wie meditatie wil ervaren, moet haar beoefenen. De gebieden waarmee men tijdens meditatie wordt geconfronteerd, reiken voorbij de grenzen van het rationeel begrijpelijke. Wie mediteert, zal onvermijdelijk de schijnbaar zekere grond van zijn materiële wereldbeeld verlaten en erkennen dat er dingen tussen hemel en aarde zijn die hij met zijn verstand niet kan bevatten. Elke poging tot een verklaring is hoogstens een benadering van de ware betekenis van de meditatie. Hier zijn enkele voorbeelden. De natuurkundige en filosoof Carl Friedrich von Weizsacker: Het is het stil worden  van de bewuste activiteiten en er meldt zich iets, er wordt zichtbaar wat er altijd al is geweest.

    Je wordt door meditatie niet een ander mens, maar degene die je altijd bent geweest. De psycholoog en therapeut Hilarion Petzold: Het is een houding van constante concentratie vol overgave, van zuivere openheid, van het maken van de ketens van het verleden, (…) van de bevrijding tot nieuwe gedaanten van het bewustzijn en tegelijk van het overschrijden van alle afzonderlijke gedaanten.
    De soefimeester Pir Vilayat Khan: Het doel is God tot een realiteit te maken en niet naar de bevrijding van de existentiële omstandig- heden te streven. De meditatieleraar Karlfried Graf Durckheim: Meditatie betekent verandering van de mens die overwegend op de wereld gericht is, alleen vanuit zijn eigen aard  in de beperkte wereld leeft, tot de nieuwe mens die bewust in zijn wezen verankerd is en deze in zijn kenen, gedaanten en liefdes in de wereld in vrijheid kan laten blijken. Meditatieve toestanden zijn ons allemaal bekend, maar ons moderne leven verdringt ze. Door de prestatiedruk, onze jachtige manier van leven worden we er aan herinnerd dat we ons zelf moeten zoeken, ons midden moeten ervaren. We missen steeds meer het vermogen tot overgave.  Stress heeft de plaats van beschouwwelijkheid ingenomen, waarbij zich vaak vanzelf een meditatietoestand voordoet. Daarom hebben we tegenwoordig technieken nodig die ons kunnen helpen de toestand van absolute rust, van passiviteit, van niets doen, van overgave aan het gewoon zo-zijn weer mogelijk maken.

  • Welkom van glorie

    Onze geboorte is enkel een slaap en een vergeten:
    De ziel die met ons  opgaat, onze levensster,
    Heeft elders zijn opkomst welkom geheten,
    En komt van ver:
    Niet in gehele vergetelheid,
    Noch in volledige naaktheid,
    Maar als slepende wolken van glorie
    Komen wij van God, die   ons thuis is:
    De hemel ligt rond ons in onze kinderlijkheid!

    William Worth  ( 1770 – 1850)

  • De kerk is verhuisd.

    Alles wijst erop, dat de kerk  er vandaag slechter voorstaat dan vijftig  jaar geleden. Toen zat de kerk bij elke gelegenheid stampvol, of het nu een mis was, een lof, een vastenmeditatie, een veertiguren -gebed of een kruiswegoefening. De kerk was duidelijk een volkskerk.
    Zij vormde een centrale plaats in een dorps-of stadsgemeenschap De pastoor was naast de burgemeester een belangrijke autoriteit.
    Vandaag is dat heel anders. De pastoor is van zijn voetstuk af, en het kerkbezoek loopt terug en het geloof lijkt zienderogen weg te kwijnen. Dat zijn tekenen die je kunt waarnemen.
    Toch durf ik te beweren dat de kerk er beter voorstaat dan vijftig jaar geleden. Het klikt haast ongeloofwaardig tegen de achtergrond van de verschijnselen van teruggang zijn duidelijk waar te nemen, maar wat vroeger niet aanwezig was, is nu naar mijn mening duidelijk aan het groeien: een steeds toenemende betrokkenheid van mensen, die het kerkgebeuren mee willen dragen en vorm geven.

    Je zou het ook anders kunnen zeggen: de kerk is verhuisd van de top naar de basis, het grondvlak.  Waar vroeger de kerk uitsluitend gedragen en geleid werd door paus, bisschoppen en priesters, wordt vandaag de kerk veelmeer in stand gehouden en geleid door mensen die weliswaar geen priester of bisschop zijn, maar zich ook bij de kerk  betrokken voelen. Wil onze kerk toekomst hebben, dan zullen er steeds meer mensen moeten komen, die zich voor die kerk en haar werk willen inzetten.

    Dat is geen noodmaatregel, omdat er steeds minder priesters zijn, maar het is noodzaak, omdat de kerk thuis hoort bij de basis, bij hen die samen als levende stenen de plaatselijke geloofsgemeenschap vormen. Het mooiste kerkgebouw heeft geen enkele zin als de mensen die er komen, zelf niet bereid zijn kerk, gemeenschap, volk van God te zijn in het dagelijks leven, voor elkaar opkomend en elkaar dragend. De kerk van morgen zal een andere kerk zijn dan die van gisteren, toen er nog volop priesters waren.
    We kunnen ons blind staren op het feit, dat het priester aaantal afneemt, maar we kunnen ook oog krijgen voor andere mogelijkheden van kerk zijn die tot nu toe men of meer verborgen waren. Het dalend priesteraantal kaan leiden tot een nieuwe vitaliteit van de plaatselijke kerkgemeenschap. Juist in onze tijd is het besef aan het groeien, dat de opdracht om Jezus Christus present te stellen in de wereld, op de eerste plaats aan de kerkgemeenschap als geheel is gegeven. De kerk is als volk Gods uitgeroepen om Jezus manier van doen, zijn praktijk van de bevrijding en genezing, door te zetten in deze wereld. De liturgie kan ons daartoe bemoedigen en opbeuren. We hebben de Bijbelse verhalen als wegwijzers naar het leven. Er is pastoraat: de zorg voor allen voor allen, het meeleven van mensen met elkaar, het elkaar bewaren in geloof, ook in juist op de kritieke momenten van het leven. Als Jezus moet  de plaatselijke kerkgemeenschap haar geloof en haar hoop door  aan een nieuwe, komende generatie. Zo valt de ene opdracht van de kerk uiteen in een veelheid van taken, waaraan ieder lid van de gemeenschap volgens zijn eigen gaven kan meewerken: in liturgie, in verkondiging, in gemeente-opbouw, in  katechese,  in apostolaat, in dienstbetoon en diaconie.

    De tijd dat al deze taken bijna uitsluitend aan priesters waren voorbehouden,  lijkt voorgoed voorbij. De geweldige concentratie van kerkelijke functies in het priesterambt, zoals dat voorheen het geval was, lijkt nu bijna een inperking te worden van Gods vrijheid om mensen tot zijn boodschappers en medewerkers te maken.

    In onze tijd krijgen we weer oog voor de geweldige spreiding van taken en gaven zoals dat het geval was in de eerste christengemeenschap. In deze nieuwe ontwikkelingen is de priester veel meer de man van inspiratie en begeleiding dan dat hij alles  zelf moet doen. De leken worden niet meer ingeschakeld bij het werk van de priester, maar omgekeerd: de priester wordt door de leken ingeschakeld bij hun eigen werk. Dat dit groeien naar een nieuwe kerk niet zonder spanningen verloopt, zal ieder duidelijk zijn.
    Het komt er op aan de spanningen uit te houden. Wie werkelijk door Jezus Geest bezield wordt, zal niet weglopen, niet capituleren, maar volhouden en volharden.

     

     

  • Het is vreemd en het blijft vreemd

    Toen ik 14 jaar was ging ik in mijn woonplaats om te vragen of ik wel het drummen mocht leren.
    Het was een Christelijk Koor.
    De man vroeg mij  wie ik was, en hoe mijn ouders wel heten.
    Ik vertelde hem dat wie ik was.
    En de vraag was: ga je ook naar de kerk? Het antwoord was Nee.
    Ik was niet kerkelijk opgevoed.
    Maar ik had wel een vriend en die nam mij mee naar de Doopsgezinde Zondagsschool.
    Ik vond het heel boeiend.
    Toen de Zondagsschool afgelopen was, was ik misschien een jaar of 12.
    Nooit weer in de kerk geweest.
    Toen ik 21 Jaar was ging ik weer naar Doopsgezinde kerk en werd lid van de kerk.
    Toen waren er haast geen Lekenpredikers en gaf ik mij op voor de cursus.
    Na een aantal jaren wilde ik wel eens voorgaan in een dienst.
    Bij  de Doopsgezinden hoef ik niet aankloppen voor een dienst, dat is zeldzaam.
    De PKN kerken is ook maar mondjesmaat.
    Nu zien we en voelen we dat elke Kerkgenootschap aan leden zien teruglopen.
    Ik heb een gevoel van je wordt gewoon weggejaagd uit de kerk.
    Dus wat moeten we nu eigenlijk geloven?

    Broeder G. Snip.